Citaat | Hoge Raad 21 november 2008

Alinea 49 Hoge Raad 21 november 2008

Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF1032.

"[Eiser] betoogt thans in hoger beroep dat de (eerste) schade zich al op 13 mei 2003, tijdens de sloop, openbaarde. Daartoe heeft hij verwezen naar de door [A] bij conclusie van antwoord als producties overgelegde getuigenverklaringen. Deze producties maken evenwel geen deel uit van het procesdossier in eerste aanleg in de onderhavige zaak en zijn ook thans door [eiser] in hoger beroep niet overgelegd. [Verweerster 2] heeft daarop ook niet kunnen reageren. Daarmee is het betoog van [eiser], dat door [verweerster 2] is betwist, zonder onderbouwing gebleven, zodat daaraan moet worden voorbij gegaan. Het - in algemene bewoordingen gedane - bewijsaanbod moet worden gepasseerd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67, en de alinea staat in dat document op bytes 14393 tot 15088.