Citaat | Hoge Raad 21 november 2008

Alinea 56 Hoge Raad 21 november 2008

Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF1032.

4.5.1 De stukken waarom het thans gaat zijn producties, te weten getuigenverklaringen, bij de door [A] in haar zaak tegen [eiser] in eerste aanleg genomen conclusie van antwoord. Het onderhavige geding in hoger beroep betrof echter alleen de zaken tussen [eiser] enerzijds en Victory en [verweerster 2] anderzijds. Het hof heeft geoordeeld dat die getuigenverklaringen geen deel uitmaken van het procesdossier in eerste aanleg in de onderhavige zaken. Dat oordeel is juist, zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 4.4 is overwogen, nu die stukken niet in eerste aanleg door [eiser] als producties waren overgelegd in de zaken tegen Victory en [verweerster 2]. Dit wordt niet anders doordat [eiser] bij memorie van grieven heeft verklaard dat zij het procesdossier in eerste aanleg in het geding bracht "met inbegrip van de processtukken van" [A]. Weliswaar zou gezegd kunnen worden dat [eiser] daarmee de processtukken in de zaak tegen [A], waaronder de genoemde getuigenverklaringen, in de zaken tegen Victory en [verweerster 2] in hoger beroep als producties in het geding heeft gebracht, maar daardoor konden die stukken niet gaan behoren tot de gedingstukken in deze zaken in eerste aanleg, dus de stukken waarop art. 34 Rv. ziet. Anders dan onderdeel 1.1 betoogt, was het hof dan ook niet verplicht op de voet van art. 34 lid 3 Rv. die stukken bij de griffier van de rechtbank op te vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67, en de alinea staat in dat document op bytes 19439 tot 20844.