Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2008

Alinea 21 Hoge Raad 28 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG1663.

Een oordeel over de vraag of er sprake is van een rechtmatige inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden is in het kader van de Wet BOB aan de rechter-commissaris opgedragen in het geval er sprake is van een bevel tot het opnemen met een technisch hulpmiddel van vertrouwelijke communicatie en van telecommunicatie (artikelen 1261 en 126m Sv). De rechter-commissaris moet in het kader van zijn toetsende taak gedurende het vooronderzoek kunnen en mogen beoordelen of de gegevens op grond waarvan zoals i.c een telefoontap wordt gevraagd op rechtmatige wijze zijn verkregen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de rechter-commissaris, alvorens over te gaan tot het verlenen van een machtiging voor een bevel tot het aanwenden van de in artikel 126m Sv gegeven bevoegdheid tot het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel op een bepaald IMEI-nummer, terecht de rechtmatigheid heeft getoetst van de wijze waarop dit IMEI-nummer is verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de809c686f692396d3ba61d9d57936e3bad8af37866a3217df3ff162874a6365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de809c686f692396d3ba61d9d57936e3bad8af37866a3217df3ff162874a6365, en de alinea staat in dat document op bytes 9740 tot 10714.