Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2008

Alinea 82 Hoge Raad 28 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BG1663.

3.6. Uit art. 125i Sv in verbinding met art. 96b Sv volgt, voor zover hier van belang, dat de bevoegdheid tot het doorzoeken van een vervoermiddel en tot het uitlezen en vastleggen van het IMEI-nummer van een zich in dat vervoermiddel bevindende mobiele telefoon - immers een vorm van het vastleggen van gegevens die op een gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd - toekomt aan de opsporingsambtenaar in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of - zoals hier aan de orde - in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67, eerste lid, Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de809c686f692396d3ba61d9d57936e3bad8af37866a3217df3ff162874a6365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de809c686f692396d3ba61d9d57936e3bad8af37866a3217df3ff162874a6365, en de alinea staat in dat document op bytes 26451 tot 27044.