Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2009
Alinea 34 Hoge Raad 9 oktober 2009
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC9544.
3.2.3. Het Hof is bij het doen van zijn uitspraak ervan uitgegaan dat X bezwaar heeft gemaakt tegen de onderwerpelijke naheffingsaanslagen en tegen de op die bezwaren gedane uitspraken beroep bij het Hof heeft ingesteld. Het Hof heeft voorts met betrekking tot de tenaamstelling van de naheffingsaanslagen geoordeeld dat belanghebbende uit de aanslagbiljetten duidelijk heeft kunnen opmaken voor wie de uitnodigingen tot betaling waren bestemd - te weten voor X, voorheen handelend onder de naam A B.V. - en ter zake waarvan de naheffingsaanslagen waren opgelegd, te weten de beweerde, door X onder de naam A B.V. belopen omzetbelastingschulden. Het vorenvermelde uitgangspunt en dit oordeel kunnen, als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Middel 1 kan derhalve niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8c20216c7a353478890c63521b20ed6b42c12839fdf0a4c8758e20a93a9c4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8c20216c7a353478890c63521b20ed6b42c12839fdf0a4c8758e20a93a9c4d, en de alinea staat in dat document op bytes 13670 tot 14525.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd8c20216c7a353478890c63521b20ed6b42c12839fdf0a4c8758e20a93a9c4d | shasum -a 256