Citaat | Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 152 Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF1321.

8.3.1. Het derde aspect, dat in de aanvrage onder 3.3.4 wordt genoemd, is dat het CEAS-onderzoek aan het licht heeft gebracht dat de studioverhoren niet in het teken van waarheidsvinding maar van hulpverlening stonden. Dit vormt volgens de raadsman een nieuw feitelijk gegeven dat het Hof niet bekend was. Het novum bestaat volgens aanvrage daarin dat (i) de Officier van Justitie de kinderen heeft laten horen in een verhoorstudio maar dat het niet haar intentie is geweest om studioverhoren in de zin van het daarvoor geldende protocol te laten plaatsvinden, (ii) dat de studioverhoren niet gericht waren op waarheidsvinding, maar op hulpverlening, (iii) dat de CEAS in beeld brengt dat het openbaar ministerie een onjuiste methodiek heeft toegepast bij de verhoren van de kinderen, (iv) dat "het resultaat van deze wijze van studioverhoren is geweest dat de uit die verhoren verkregen informatie door de bank genomen oppervlakkig was en als gevolg daarvan niet of nauwelijks deugdelijk geverifieerd kon worden" en (v) dat de CEAS heeft vastgesteld dat tweemaal is gehandeld in strijd met de toen geldende regel dat een strafrechtelijk studioverhoor in principe slechts éénmaal plaatsvindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/178094f1d5fb6a4fa92dd9e3b741f20a2cb48c6917ba0aaa7ad2386df24ddcff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 178094f1d5fb6a4fa92dd9e3b741f20a2cb48c6917ba0aaa7ad2386df24ddcff, en de alinea staat in dat document op bytes 60672 tot 61879.