Citaat | Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 37 Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF1321.

In zijn advies aan het College van procureurs-generaal stelt het driemanschap voorop dat het al met al heeft vastgesteld dat het opsporingsonderzoek op integere wijze en met grote inzet is uitgevoerd. Op geen enkele wijze is gebleken van pogingen om informatie achter te houden. Wel heeft het driemanschap op diverse punten bevonden dat aanvullende informatie uit het onderzoek bij de stukken had moeten worden gevoegd. Deze bevindingen leiden volgens het driemanschap echter niet tot het oordeel dat het rechterlijk oordeel waarschijnlijk wezenlijk anders had geluid. Het driemanschap voegt daar evenwel aan toe dat het zich er terdege van bewust is dat de feitelijke basis van de veroordelende uitspraak, gelet op de zware kritiek van alle betrokken deskundigen op de kwaliteit van de verhoren, fragiel is en dat de informatie die door het driemanschap is toegevoegd die basis nog fragieler maakt. Naar zijn eigen mening kan het driemanschap er niet omheen, alles overziende, 'de bange vraag onder ogen te zien of de veroordeelden wellicht onschuldig zijn aan bewezenverklaarde feiten'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/178094f1d5fb6a4fa92dd9e3b741f20a2cb48c6917ba0aaa7ad2386df24ddcff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 178094f1d5fb6a4fa92dd9e3b741f20a2cb48c6917ba0aaa7ad2386df24ddcff, en de alinea staat in dat document op bytes 15178 tot 16280.