Citaat | Hoge Raad 27 november 2009

Alinea 264 Hoge Raad 27 november 2009

Een alinea uit Hoge Raad 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162.

De klachten van onderdeel 3.1 komen naar de kern genomen erop neer dat het hof miskend heeft dat de 'maatman-belegger' uitsluitend behoort af te gaan op het prospectus en niet (mede) op informatie uit de media, ook al is de onjuiste indruk bij de pers dat [betrokkene 1] geen aandelen had verkocht mede in de hand gewerkt door [betrokkene 1], hetgeen aan World Online kan worden toegerekend; en dat zulks temeer klemt waar in het prospectus waarschuwingen waren opgenomen dat potentiële beleggers niet mochten vertrouwen op andere informatie dan die welke in het prospectus was opgenomen. Deze klachten falen omdat zij, blijkens hetgeen hiervoor in 4.25.3 is overwogen, uitgaan van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1ac5bd42c0ad74738ce7301661a5e99fcfeb67a1008cd16c65a537480a3a66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1ac5bd42c0ad74738ce7301661a5e99fcfeb67a1008cd16c65a537480a3a66, en de alinea staat in dat document op bytes 129014 tot 129740.