Citaat | Hoge Raad 10 februari 2009
Alinea 32 Hoge Raad 10 februari 2009
Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2413.
4.6.2. Het Hof heeft in het arrest waarvan herziening is gevraagd, de inhoud van één van de telefoongesprekken die met behulp van de door de politie verschafte opnameapparatuur zijn opgenomen, gebezigd voor de bewezenverklaring van feit 1 (bewijsmiddel 9.15). Anders dan in de aanvrage is betoogd, brengt de omstandigheid dat het EHRM heeft geoordeeld dat het opnemen van de telefoongesprekken zoals in het onderhavige geval is geschied, een schending oplevert van art. 8 EVRM, niet zonder meer mee dat de inhoud van dat telefoongesprek niet voor het bewijs mag worden gebezigd. Bovendien is dat bewijsmiddel in het geheel van de bewijsmotivering slechts van ondergeschikte betekenis. De primaire stelling van de aanvrage moet dus worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbbfcb0e8f04e2aeb434a0e865e8c694ad13a2480774ecac172f75b25e7221bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbbfcb0e8f04e2aeb434a0e865e8c694ad13a2480774ecac172f75b25e7221bf, en de alinea staat in dat document op bytes 15954 tot 16717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbbfcb0e8f04e2aeb434a0e865e8c694ad13a2480774ecac172f75b25e7221bf | shasum -a 256