Citaat | Hoge Raad 5 juni 2009

Alinea 118 Hoge Raad 5 juni 2009

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811.

Aangevoerd wordt (in het bijzonder in onderdeel 3.1) dat het hof niet is ingegaan op het verweer dat het vereiste condicio-sine-qua-non-verband ontbreekt, omdat [B], die geconfronteerd werd met (duidelijke) informatie over de mogelijkheid van een restschuldrisico en die informatie tot zich nam en later bereid bleek om ook bij een andere aanbieder een tweetal effectenlease-overeenkomsten af te sluiten, niet van het aangaan van de overeenkomsten met Levob zou zijn afgehouden, terwijl Levob, zou zij haar plicht inzake het onderzoek van inkomen en vermogen van [B] niet hebben verzaakt, bij kennisneming van de informatie niet had behoren af te zien van het aangaan van de overeenkomsten met [B], maar hooguit gehouden zou zijn geweest tot een waarschuwing voor de risico's, waardoor [B] echter niet zou zijn afgehouden van het aangaan van de overeenkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f, en de alinea staat in dat document op bytes 52488 tot 53361.