Citaat | Hoge Raad 5 juni 2009
Alinea 63 Hoge Raad 5 juni 2009
Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811.
4.4.1 [B] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat de overeenkomsten met Levob zijn aangegaan onder invloed van dwaling. Hij stelt dat hij bij het aangaan van de overeenkomsten onjuist is geïnformeerd en daardoor een onjuiste voorstelling van zaken had. Volgens [B] is in de door Levob verstrekte folder inzake Het Hefboomeffect de onjuiste indruk gewekt dat de overeenkomsten betrekking hadden op een product waarvan de risico's vergelijkbaar waren met die van een spaarvorm. De onjuiste voorstelling van zaken bestond volgens [B] ook hierin dat hij dacht dat de maandtermijnen tevens aflossingen waren en dat hij zich niet ervan bewust was dat hij aan het einde van de looptijd een schuld zou kunnen overhouden. Integendeel, [B] ging destijds ervan uit dat het maximale risico het bedrag was dat hij maandelijks per overeenkomst diende te betalen. [B] stelt dat hij, gezien zijn vermogenspositie, een restschuld aan het einde van de looptijd niet kan voldoen en dat hij op basis van zijn inkomen een dergelijke restschuld niet kan aflossen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f, en de alinea staat in dat document op bytes 19878 tot 20943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f | shasum -a 256