Citaat | Hoge Raad 5 juni 2009

Alinea 88 Hoge Raad 5 juni 2009

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811.

4.5.9 Voor zover het onderdeel (in het bijzonder in onderdeel 2.3.1-2.3.2) erover klaagt dat het hof te zeer heeft geabstraheerd van de omstandigheden van het geval, aangezien de mogelijkheid van resterende aflossingsverplichtingen duidelijk is vermeld in de contractsformulieren en de algemene voorwaarden en sprake was van een overeenkomst met een overzichtelijke risicostructuur, en voorts dat het hof heeft nagelaten te responderen op Levobs stelling dat deze duidelijke vermelding van de mogelijkheid van een restschuld in de contractsdocumentatie een toereikende mededeling oplevert en heeft nagelaten vast te stellen of Levob had moeten verwachten dat door haar verstrekte informatie niet als toereikend kon gelden, missen deze klachten feitelijke grondslag. Het hof heeft nu juist, naar in zijn overwegingen besloten ligt, geoordeeld dat in de contractsdocumentatie [B] niet voldoende duidelijk en indringend gewaarschuwd is voor de mogelijkheid van een restschuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f, en de alinea staat in dat document op bytes 36740 tot 37726.