Citaat | Hoge Raad 5 juni 2009

Alinea 89 Hoge Raad 5 juni 2009

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811.

4.5.10 Onderdeel 2.4.3 behelst de klacht dat Levob zich de inkomens- en vermogenspositie van [B] in voldoende mate heeft aangetrokken door voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomsten te informeren naar zijn netto-inkomen, zijn besteedbaar inkomen te berekenen en een BKR-toetsing uit te voeren. De klacht faalt. Het hof heeft geoordeeld dat Levob voorafgaande aan het sluiten van de effectenlease-overeenkomsten had dienen te beoordelen of [B] op grond van zijn inkomens- en vermogenspositie bij het einde van de looptijd van de overeenkomsten een eventuele restschuld kon dragen en dat het voor de beoordeling daarvan ook noodzakelijk was dat Levob inlichtingen zou inwinnen over het daarvoor beschikbare vermogen van [B]. Dat heeft Levob, naar het in cassatie ook niet bestreden oordeel van het hof, nagelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd93fdff8fd20656d9fd68229c106814478d9d7b181bd21a7883424ec26b805f, en de alinea staat in dat document op bytes 37746 tot 38578.