Citaat | Hoge Raad 30 juni 2009

Alinea 40 Hoge Raad 30 juni 2009

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079.

2.7.3. Opmerking verdient dat het voorgaande ook geldt voor een verweer dat betrekking heeft op bewijsmateriaal dat is verkregen als een rechtstreeks gevolg van een voor het bewijs onbruikbare verklaring zoals hiervoor bedoeld. Of van zo'n rechtstreeks gevolg kan worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, zij het dat bewijsuitsluiting in beginsel niet in aanmerking komt ten aanzien van verklaring(en) die de verdachte nadien heeft afgelegd nadat hij een advocaat heeft kunnen raadplegen en hem de in art. 29, tweede lid, Sv bedoelde mededeling is gedaan dat hij niet verplicht is tot antwoorden. Daarnaast verdient nog opmerking dat de verdachte geen belang heeft bij een bespreking van zijn tot bewijsuitsluiting strekkende verweer indien materiaal ten aanzien waarvan een beroep is gedaan op bewijsuitsluiting, door de rechter niet voor het bewijs wordt gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfcd66a3bfab83b8542ba53baffd774aedd6f9a0f5bfcbaf11ac1497b21ac015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfcd66a3bfab83b8542ba53baffd774aedd6f9a0f5bfcbaf11ac1497b21ac015, en de alinea staat in dat document op bytes 21925 tot 22826.