Citaat | Hoge Raad 24 april 2009

Alinea 40 Hoge Raad 24 april 2009

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3192.

3.7 Het EHRM kwam in de zaak Tsironis/Griekenland (EHRM 6 december 2001, nr. 44584/98) tot het oordeel dat sprake is van schending van artikel 6 EVRM, omdat Tsironis als gevolg van gebrekkige informatieverstrekking door de bevoegde autoriteiten niet op de hoogte was van het voornemen van de bank tot openbare verkoop van een aan Tsironis in eigendom toebehorende onroerende zaak. De in het Griekse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opgenomen bepalingen met betrekking tot de termijn waarbinnen iemand bezwaar kan maken tegen een dergelijke beslissing veronderstelt die wetenschap aan de zijde van Tsironis wél. Het EHRM oordeelt dat het door Tsironis na afloop van de termijn ingestelde beroep daarom ten onrechte niet in behandeling was genomen. Om die reden heeft het EHRM schending van artikel 6 EVRM aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b, en de alinea staat in dat document op bytes 11064 tot 11900.