Citaat | Hoge Raad 24 april 2009

Alinea 46 Hoge Raad 24 april 2009

Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3192.

3.5.2 De hier beschreven, rechtstreeks op de wet berustende positie van de deurwaarder als bestuursorgaan brengt evenwel niet mee dat hij bij het uitbrengen van dagvaardingen en andere in opdracht van partijen verrichte ambtshandelingen, moet worden beschouwd als orgaan van de Staat. In dit verband kan worden gewezen op hetgeen de Memorie van Toelichting bij het ontwerp Gerechtsdeurwaarderswet opmerkt met betrekking tot de rechtspositie van de gerechtsdeurwaarder, geciteerd in 2.13 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, waaruit blijkt dat de ambtelijke werkzaamheden van de deurwaarder verweven zijn met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en dat hij bij de vervulling van zijn ambt in concrete gevallen niet hiërarchisch ondergeschikt is aan enig ander orgaan van de uitvoerende macht en de Staat. Daaraan kan worden toegevoegd de passage uit de Memorie van Toelichting dat ook de ministerieplicht van de deurwaarder (art. 11 Gdw) de onafhankelijke ambtsvervulling waarborgt tegen inmenging van andere overheidsorganen in de ambtsvervulling (Kamerstukken II, 1991-1992, nr.22775, nr. 3, blz. 18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15597 tot 16729.