Citaat | Hoge Raad 24 april 2009
Alinea 48 Hoge Raad 24 april 2009
Een alinea uit Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3192.
3.6 In het licht van het voorgaande berust het betoog van het onderdeel op een onjuiste rechtsopvatting zodat het faalt. De fout van de deurwaarder, hierin bestaande dat deze de appeldagvaarding eerst na afloop van de appeltermijn heeft betekend, en het rechtsgevolg dat het hof Heilbron in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, leveren geen schending op van het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een effectieve toegang tot de rechter. In de eerste plaats geldt dat de fout niet aan de Staat kan worden toegerekend, omdat, zoals gezegd, de deurwaarder niet optrad als orgaan of vertegenwoordiger van de Staat, maar handelde in opdracht van Heilbron, zodat de processuele gevolgen van de fout van de deurwaarder in beginsel voor rekening van de opdrachtgever Heilbron moeten komen, onverminderd de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de deurwaarder voor de schade die Heilbron daardoor heeft geleden en lijdt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b, en de alinea staat in dat document op bytes 17359 tot 18304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e66db0cc1b229544f922895d2a56d24e9a4c053cdd6759d3a69d2b2e8c76ee4b | shasum -a 256