Citaat | Hoge Raad 5 juni 2009

Alinea 48 Hoge Raad 5 juni 2009

Een alinea uit Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7845.

3.4.1 Hetgeen het hof in rov. 3.3 - 3.5 overweegt moet als volgt worden begrepen. Nu de Gemeente aan [verweerder] een publiekrechtelijke vergunning heeft verleend tot het innemen van een staanplaats op de locatie waarvan de Gemeente eigenaar is, heeft zij bij de uitoefening van haar bevoegdheid als eigenaar van de desbetreffende grond tot het al of niet verlenen van privaatrechtelijke toestemming, tot uitgangspunt te nemen dat [verweerder] door de verlening van de vergunning is gerechtigd tot het gebruik van de locatie overeenkomstig de vergunning. Daarom levert een weigering door de Gemeente van die toestemming aan [verweerder] voor het door hem beoogde gebruik van de locatie overeenkomstig de vergunning, misbruik van bevoegdheid op, tenzij sprake is van zo zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen dat gebruik, dat niet gezegd kan worden dat de Gemeente wegens onevenredigheid tussen haar belang bij weigering en het belang van [verweerder], niet tot die weigering heeft kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c389e61e3e4e3b5a6d74e273951fd7443e980ad3ae9ec095c79cfd198f771761. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c389e61e3e4e3b5a6d74e273951fd7443e980ad3ae9ec095c79cfd198f771761, en de alinea staat in dat document op bytes 15605 tot 16621.