Citaat | Hoge Raad 13 november 2009

Alinea 22 Hoge Raad 13 november 2009

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0456.

3.2. Voor de Rechtbank was primair in geschil of de Inspecteur terecht een voordeel ter zake van de door de voormalige werkgever ter beschikking gestelde auto tot het belastbare inkomen van erflater heeft gerekend. De Rechtbank heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Zij heeft redengevend geoordeeld dat voor de toepassing van artikel 3.82, aanhef en letter a, van de Wet IB 2001 (tekst 2005; hierna: de Wet IB 2001) is vereist dat de belastingplichtige aan wie een auto ter beschikking is gesteld, ten opzichte van degene die de auto ter beschikking stelt als werknemer kan worden aangemerkt. Dat werknemerschap ontbreekt naar het oordeel van de Rechtbank, omdat erflater in 2005 niet meer in dienstbetrekking stond tot B BV en het genot van de ter beschikking gestelde auto op grond van het bepaalde in artikel 11a van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2005; hierna: de Wet LB 1964) geen loon uit een vroegere dienstbetrekking vormt. Tegen dit oordeel richt zich het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ff2cdc2a59de4b3b8ac765701c7fb7ad98aff18122450f739ccfbf88506fdd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ff2cdc2a59de4b3b8ac765701c7fb7ad98aff18122450f739ccfbf88506fdd5, en de alinea staat in dat document op bytes 7705 tot 8700.