Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2009

Alinea 28 Hoge Raad 2 oktober 2009

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0465.

3.3.2. Belanghebbende heeft in het jaar waarin de Deutsche Bank de in 3.1.3 vermelde bedragen uit hoofde van de borgstellingsovereenkomst op haar heeft verhaald, een regresvordering opgevoerd op de deelneming wier schuld op haar verhaald werd. Het nominale bedrag van deze regresvordering is gelijk aan het op belanghebbende verhaalde bedrag. Belanghebbende heeft evenwel de regresvordering op een lager bedrag gewaardeerd dan het door de genoemde bank op haar verhaalde bedrag. De regresvordering is daardoor aan te merken als een afgewaardeerde vordering als bedoeld in artikel 13b, lid 1, van de Wet. Hieraan doet niet af dat belanghebbende door de vorming van een voorziening het desbetreffende verlies (gedeeltelijk) met toepassing van de regels van goed koopmansgebruik in een eerder jaar ten laste van de winst heeft gebracht, nu met het vormen van die voorziening wordt vooruitgelopen op het op de regresvordering te lijden verlies. Deze uitlegging strookt met de wetsgeschiedenis zoals weergegeven in onderdeel 10.2 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca17ebdaff1d9304bccec13aa220e317ff19aa5c08775c75a19d900cbc0cc900. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca17ebdaff1d9304bccec13aa220e317ff19aa5c08775c75a19d900cbc0cc900, en de alinea staat in dat document op bytes 9741 tot 10821.