Citaat | Hoge Raad 19 juni 2009
Alinea 21 Hoge Raad 19 juni 2009
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8563.
3.3.2. De omstandigheid dat het loon volgens de Nederlandse wetgeving geacht wordt te zijn genoten op een tijdstip waarop de belastingplichtige nog ingezetene van Nederland is, brengt in beginsel mee dat de (gewezen) werknemer ter zake van een heffing over dat loon geen beroep kan doen op rechten die op grond van een belastingverdrag toekomen aan inwoners van het land waarnaar hij zijn woonplaats verlegt. Een heffing die aangrijpt bij emigratie kan evenwel in strijd komen met de goede trouw die in acht moet worden genomen bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag tussen de betrokken staten, als daarmee een voordeel wordt belast dat naar zijn werkelijke aard bezien - al dan niet potentieel - ter heffing is toegewezen aan de immigratiestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e11a67155a4f7d7e29d86d2bb74a4261853fb54bfadfcd73ad4533615717376b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e11a67155a4f7d7e29d86d2bb74a4261853fb54bfadfcd73ad4533615717376b, en de alinea staat in dat document op bytes 8929 tot 9706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e11a67155a4f7d7e29d86d2bb74a4261853fb54bfadfcd73ad4533615717376b | shasum -a 256