Citaat | Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 32 Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ1763.
Door aangever [CM] wordt in zijn aangifte gesteld dat het motief voor de opdracht gelegen zou zijn, in wraakneming voor een door [CM] in het verleden gepleegde diefstal van een groot geldbedrag bij deze getuige [GS]. Het is derhalve objectief van belang dat het gestelde motief in hoger beroep wordt geverifieerd. Immers als het motief zou blijken te ontbreken, wordt objectief minder aannemelijk dat appellant het bewezenverklaarde ook werkelijk zou hebben gepleegd, nu het plegen van het bewezenverklaarde door appellant volstrekt wordt ontkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d48495c0861600fc53ed4046258c90713574195ed21659f7d05e7163bf44567c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d48495c0861600fc53ed4046258c90713574195ed21659f7d05e7163bf44567c, en de alinea staat in dat document op bytes 9907 tot 10467.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d48495c0861600fc53ed4046258c90713574195ed21659f7d05e7163bf44567c | shasum -a 256