Citaat | Hoge Raad 17 november 2009
Alinea 37 Hoge Raad 17 november 2009
Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ2767.
"Ik ken [verdachte] nu ongeveer 2 jaar. Op vrijdag 17 september 2004 kwam [verdachte] mij ophalen bij [...]. Hij kwam mij ophalen met zijn auto. Op het moment dat ik in de auto stapte vertelde hij mij dat hij een busje had gereserveerd op mijn naam. Hij zei dat we op moesten schieten omdat het verhuurbedrijf anders dicht zou zijn. Hij overviel mij hiermee en voordat ik het wist had ik er mee ingestemd. Er zat ook een vriend van [verdachte] in de auto. [Verdachte] zei tegen hem dat hij mij geld moest geven om die bus te kunnen huren. Vervolgens heeft die jongen mij € 350,00 gegeven. Ik had deze jongen een dag ervoor ook gezien, dat was op donderdag 16 september 2004. Ik was toen omstreeks 19:00 uur samen met [verdachte] op weg naar [betrokkene 3]. We reden met mijn auto, maar ik had niet genoeg benzine om naar Heinenoord te rijden. [Verdachte] zei dat hij echt naar [betrokkene 3] moest die avond en belde een vriend van hem op. Het viel mij op dat [verdachte] erg aan het drammen was dat hij perse naar [betrokkene 3] moest die avond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/781db2ceb59c23e945134c755ff8065a9f9e8db74997946a5d758bed9065f38e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 781db2ceb59c23e945134c755ff8065a9f9e8db74997946a5d758bed9065f38e, en de alinea staat in dat document op bytes 11837 tot 12898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/781db2ceb59c23e945134c755ff8065a9f9e8db74997946a5d758bed9065f38e | shasum -a 256