Citaat | Hoge Raad 29 september 2009
Alinea 30 Hoge Raad 29 september 2009
Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ2795.
3.4. 's Hofs verwerping van het gevoerde verweer geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Als uitgangspunt heeft immers te gelden dat de ambtenaar die uitvoering geeft aan een opdracht die hem is verstrekt door een tot het geven van die opdracht bevoegde meerdere, werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening zoals bedoeld in art. 180 Sr. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn in deze zaak niet aangevoerd. Ook indien achteraf zou komen vast te staan dat het door de Officier van Justitie gegeven bevel tot aanhouding buiten heterdaad niet op goede gronden is gegeven en mitsdien de aanhouding van de verdachte mogelijkerwijs niet rechtmatig zou moeten worden geacht, neemt dit niet weg dat de ambtenaren die aan een dergelijk bevel gevolg hebben gegeven, in beginsel hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun bediening in de zin van art. 180 Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b2fbaf16c362c8eab42546779ebe5ca84e3b9f741903e69f11a846a8512d1a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b2fbaf16c362c8eab42546779ebe5ca84e3b9f741903e69f11a846a8512d1a0, en de alinea staat in dat document op bytes 9544 tot 10510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b2fbaf16c362c8eab42546779ebe5ca84e3b9f741903e69f11a846a8512d1a0 | shasum -a 256