Citaat | Hoge Raad 13 oktober 2009

Alinea 16 Hoge Raad 13 oktober 2009

Een alinea uit Hoge Raad 13 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3241.

2.3. De onderhavige zaak wordt hierdoor gekenmerkt dat de ter terechtzitting in hoger beroep van 18 december 2006 verschenen - en aldaar door het Hof, maar nog niet door de Advocaat-Generaal bij het Hof en de verdediging ondervraagde - getuige [getuige 1] op de nadere hem aangezegde terechtzitting van 5 april 2007 niet is verschenen en dat deze getuige ook na een hernieuwde schorsing van het onderzoek met bevel tot zijn oproeping niet op de nadere terechtzitting van 2 juli 2007 is verschenen, waarna het Hof het onaannemelijk heeft geoordeeld dat de getuige [getuige 1] binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zou verschijnen en mede met het oog op het verzekeren van berechting van de zaak binnen een redelijke termijn heeft afgezien van een hernieuwde oproeping van de getuige [getuige 1] en de zaak heeft afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb5787fc76979a0a5fcf58c6f6f2459e7d96be999b45a3beb12e7358da67317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb5787fc76979a0a5fcf58c6f6f2459e7d96be999b45a3beb12e7358da67317, en de alinea staat in dat document op bytes 6481 tot 7327.