Citaat | Hoge Raad 5 januari 2010
Alinea 102 Hoge Raad 5 januari 2010
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ6932.
"Op 19 januari 2006, omstreeks 18.45 uur, was ik werkzaam als caissière bij de supermarkt Edah, gevestigd aan de [f-straat] te Rotterdam. Plotseling zag ik dat er een jongen voor me stond en dat hij een vuurwapen op mij richtte. Ik zal hem verder dader 1 noemen. Ik zag dat dader 1 het vuurwapen op mij richtte en ik hoorde dat hij zei dat ik mijn kassa open moest maken. Ik zag vervolgens dat er een tweede man bij dader 1 kwam staan en dat hij ook een vuurwapen had. Ik zal hem dader 2 noemen in mijn verklaring. Ik hoorde dat dader 1 tegen mij zei dat ik mijn handen uit mijn zakken moest halen. Ik zei tegen hem dat ik de sleutel nodig had om de kassa open te maken. Ik heb met de sleutel de kassa open gemaakt. Ik had dit nooit gedaan als de twee daders niet een vuurwapen op mij hadden gericht. Ik zag dat dader 1 vervolgens al het papiergeld uit de openstaande kassalade pakte. Ik zag dat dader 2 het deurtje van de kassa open wilde maken. Ik zag dat het dader 2 vervolgens wel lukte om de deur te openen. Ik hoorde dat één van de daders vroeg of dit alles was."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd07c21ba7b43daec397203a51cba6ac81352c40288528beffa1d9e8e668280. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd07c21ba7b43daec397203a51cba6ac81352c40288528beffa1d9e8e668280, en de alinea staat in dat document op bytes 32004 tot 33089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd07c21ba7b43daec397203a51cba6ac81352c40288528beffa1d9e8e668280 | shasum -a 256