Citaat | Hoge Raad 5 januari 2010

Alinea 110 Hoge Raad 5 januari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ6932.

3.2. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De getuige [betrokkene 1] is medeverdachte met betrekking tot de feiten 1, 3 en 4. Tegenover de politie heeft [betrokkene 1] ten aanzien van alle feiten belastende verklaringen over de verdachte afgelegd, welke verklaringen door het Hof tot het bewijs zijn gebezigd. Zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep is [betrokkene 1] als getuige gehoord. Daarbij heeft hij in eerste aanleg ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 een beroep gedaan op zijn verschoningsrecht. Ten aanzien van feit 2 heeft hij een verklaring afgelegd, die heeft geleid tot een vervolging wegens meineed. In hoger beroep heeft de getuige zich ten aanzien van alle feiten op zijn verschoningsrecht beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd07c21ba7b43daec397203a51cba6ac81352c40288528beffa1d9e8e668280. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd07c21ba7b43daec397203a51cba6ac81352c40288528beffa1d9e8e668280, en de alinea staat in dat document op bytes 36232 tot 36996.