Citaat | Hoge Raad 15 januari 2010

Alinea 56 Hoge Raad 15 januari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK0874.

3.4.2 Uitgegaan moet ervan worden dat [betrokkene 1], toen hij in 1985 de hinderwetvergunning aanvroeg bij de gemeente Berkel-Enschot, dat deed ten behoeve van de door hem toen samen met zijn zoons in maatschapsverband gedreven onderneming. [Betrokkene 1] was er immers op gericht een nieuwe stal te kunnen bouwen ter uitbreiding van zijn bedrijf, zodat ook de aanvraag van die vergunning betrekking had op zijn activiteiten in het kader van de varkenshouderij. (rov. 4.7). Het niet-afgeven van een hinderwetvergunning door de gemeente was onrechtmatig jegens de maatschap en haar maten, onder wie [betrokkene 1]. Het feit dat [betrokkene 1] niet met zoveel woorden heeft kenbaar gemaakt dat namens de vennootschap werd opgetreden is niet relevant, omdat de vergunning kennelijk ten nutte van de in de maatschap gevoerde onderneming was aangevraagd. Het moet voor de gemeente dan ook duidelijk zijn geweest dat [betrokkene 1] eveneens voor de maatschap optrad bij de vordering tot schadevergoeding. (rov. 4.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f596f183db87b983b30f7758680cde90d4b0b66f34ee066eb8b7b5925f30c800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f596f183db87b983b30f7758680cde90d4b0b66f34ee066eb8b7b5925f30c800, en de alinea staat in dat document op bytes 13466 tot 14489.