Citaat | Hoge Raad 22 januari 2010

Alinea 34 Hoge Raad 22 januari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK1639.

3.4.1 In de tweede plaats betoogt de man dat hij in elk geval ontvankelijk is in zijn beroep tegen het arrest van 23 december 2008 voorzover het hof daarbij in het dictum heeft bepaald dat de man een voorschot op het loon en de kosten van de deskundigen zal deponeren op een bankrekening van de griffie van het hof. Zoals volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 30 juni 1995, nr. 15688, LJN AD2375, NJ 1996, 103 is sprake van een voorlopige voorziening zodat op grond van art. 401a lid 1 Rv. in zoverre tegen dat arrest tussentijds beroep openstond, aldus de man. Ook dit betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2, en de alinea staat in dat document op bytes 9713 tot 10335.