Citaat | Hoge Raad 22 januari 2010
Alinea 37 Hoge Raad 22 januari 2010
Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK1639.
Niet in strijd hiermee is dat, zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.18 wordt vermeld, de regering de in 2002 in art. 233 lid 1 Rv. opgenomen bevoegdheid van de rechter zijn vonnis waarin hij op de voet van art. 195 Rv. beslist omtrent een voorschot ter zake van de kosten van deskundigen, ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, heeft gebaseerd op het uitgangspunt dat een dergelijk vonnis wordt beschouwd als een provisioneel vonnis (waarin zij kennelijk doelde op het arrest van 30 juni 1995). De regering beoogde nu juist met die bevoegdheid vertraging als gevolg van het instellen van tussentijds beroep te voorkomen. Uit haar opmerking dat het voorstel van de Commissie Wind om tussentijds beroep tegen de in art. 195 bedoelde vonnissen uit te sluiten, tot een vergelijkbaar resultaat zou leiden als uitvoerbaarverklaring bij voorraad, blijkt dat de regering daarbij heeft onderkend dat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een dergelijk vonnis als voorzienbaar effect heeft, dat het instellen van beroep daartegen sterk aan praktische betekenis inboet. Hiertegenover werpt de omstandigheid dat de regering de door de Hoge Raad gegeven kwalificatie als uitgangspunt heeft genomen en niet het voorstel van de Commissie Wind heeft gevolgd, onvoldoende gewicht in de schaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2, en de alinea staat in dat document op bytes 11291 tot 12617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2 | shasum -a 256