Citaat | Hoge Raad 22 januari 2010
Alinea 38 Hoge Raad 22 januari 2010
Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK1639.
3.4.3 Tegen de achtergrond van een en ander dient de uitzondering die in art. 337 lid 1 en art. 401a lid 1 Rv. wordt gemaakt voor uitspraken waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, aldus te worden opgevat dat daaronder niet vallen beslissingen die de rechter geeft in het kader van de voortgang en de instructie van de zaak. Tot dergelijke beslissingen behoort ook een beslissing omtrent de deponering van een voorschot in het kader van een bevolen onderzoek door deskundigen. Weliswaar impliceert een dergelijke beslissing dat wordt vooruitgelopen op de beslissing omtrent de proceskosten, maar anders dan volgens het arrest van 30 juni 1995, kan, gelet op de hiervoor geschetste rechtsontwikkeling, deze omstandigheid thans niet meer doorslaggevend zijn voor de kwalificatie van de uitspraak waarbij die beslissing is gegeven als provisioneel. Op een uitspraak met een dergelijke beslissing is dus het verbod van tussentijds beroep van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2, en de alinea staat in dat document op bytes 12674 tot 13661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec497fc411d119ebbc1b0e7abd393be29386898dac9c0430a10cd22ea04bfae2 | shasum -a 256