Citaat | Hoge Raad 16 maart 2010
Alinea 40 Hoge Raad 16 maart 2010
Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359.
Het hof oordeelt dat de verklaring van verdachte over hoe hij die avond bloed aan zijn handen heeft gekregen niet zo onwaarschijnlijk is dat deze geen weerlegging behoeft. Het tijdstip waarop verdachte met die verklaring komt, is niet relevant bij de beantwoording van de vraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bea154bc51ab73cde5e3d3ffc42ab61589d807ae1b68a4ad0536e70bfd86f8d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bea154bc51ab73cde5e3d3ffc42ab61589d807ae1b68a4ad0536e70bfd86f8d2, en de alinea staat in dat document op bytes 14207 tot 14498.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bea154bc51ab73cde5e3d3ffc42ab61589d807ae1b68a4ad0536e70bfd86f8d2 | shasum -a 256