Citaat | Hoge Raad 16 maart 2010

Alinea 47 Hoge Raad 16 maart 2010

Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359.

Interventie van een andere dader is bovendien niet uit te sluiten nu blijkens het relaas van een van de verbalisanten de buitendeur van de woning van de [b-straat 1] openstond en er voorts DNA van een derde -mannelijk- persoon is aangetroffen rond de nagels van het slachtoffer. De verklaring van de rechtbank over hoe dat DNA op het slachtoffer is gekomen (contact met een klant in de kledingszaak waar het slachtoffer werkte) acht het hof hoogst onwaarschijnlijk, omdat het slachtoffer weliswaar in een kledingszaak werkte, maar dit was een dameskledingzaak. Voorts heeft een deskundige in hoger beroep desgevraagd aangegeven dat DNA-sporen niet erg gemakkelijk door enkel fysiek contact van de ene persoon op de ander overgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bea154bc51ab73cde5e3d3ffc42ab61589d807ae1b68a4ad0536e70bfd86f8d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bea154bc51ab73cde5e3d3ffc42ab61589d807ae1b68a4ad0536e70bfd86f8d2, en de alinea staat in dat document op bytes 16323 tot 17066.