Citaat | Hoge Raad 2 maart 2010
Alinea 161 Hoge Raad 2 maart 2010
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3424.
"De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de processen-verbaal van de verklaringen van de afnemers van verdovende middelen van het bewijs moeten worden uitgesloten, zoals bedoeld in artikel 359a, eerste lid, onder b van het Wetboek van Strafvordermg, omdat de politie haar bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die is gegeven en voorts heeft gehandeld in strijd met het verbod van willekeur en de plicht tot een redelijke belangenafwging. De politie zou immers - zo meent het hof het betoog van de raadsvrouw te moeten begrijpen - de gehoorde afnemers van verdovende middelen als verdachten hebben gehoord, maar met het enkele doel om bewijs tegen haar cliënt te verzamelen. Daarmee heeft de politie niet te goeder trouw gehandeld. De verklaringen zijn onbetrouwbaar omdat de gehoorden door de politie onder druk zijn gezet door ze als verdachten te beschouwen, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785, en de alinea staat in dat document op bytes 38134 tot 39090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785 | shasum -a 256