Citaat | Hoge Raad 2 maart 2010
Alinea 162 Hoge Raad 2 maart 2010
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3424.
Bij de bespreking van dit verweer moet voorop worden gesteld dat fatsoenlijke opsporing ook inhoudt dat aan personen die weliswaar in de eerste plaats als getuigen in een strafzaak tegen een ander worden gehoord, maar die tevens zelf verdacht worden van een strafbaar feit de cautie, als bedoeld in artikel 29, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, wordt gegeven. Geen rechtsregel verbiedt dat verklaringen van personen die als verdachten worden gehoord, gebruikt worden als bewijs tegen andere verdachten. In de onderhavige zaak is niet gebleken dat de politie bij het opnemen van de verklaringen van de gehoorde personen misbruik heeft gemaakt van hun status als verdachte, of dat op hen ongeoorloofde druk is uitgeoefend. Het hof ziet geen reden om de processen-verbaal van bedoelde verklaringen buiten beschouwing te laten, te meer niet nu die verklaringen onderling op belangrijke punten grote overeenkomst vertonen en voorts veelal bevestiging vinden in de verslagen van afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken en de door de politie verrichte observaties. Het verweer faalt derhalve."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785, en de alinea staat in dat document op bytes 39098 tot 40216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785 | shasum -a 256