Citaat | Hoge Raad 2 maart 2010

Alinea 169 Hoge Raad 2 maart 2010

Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3424.

3.4. In de strafprocedure geldt dat beginselen van een behoorlijke procesorde kunnen meebrengen dat indien een ambtsedig proces-verbaal inhoudende een in het opsporings-onderzoek afgelegde belastende verklaring van een persoon, het enige bewijsmiddel is waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en die persoon nadien door een rechter-commissaris is gehoord en ten overstaan van deze die verklaring heeft ingetrokken, de rechter ambtshalve de oproeping van die persoon ter terechtzitting dient te bevelen opdat hij zich door eigen waarneming van die getuige een oordeel zal kunnen vormen omtrent de betrouwbaarheid van diens verklaringen (vgl. HR 1 februari 1994, NJ 1994, 427).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785, en de alinea staat in dat document op bytes 42209 tot 42945.