Citaat | Hoge Raad 2 maart 2010
Alinea 170 Hoge Raad 2 maart 2010
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3424.
Het middel berust op de opvatting dat zulks ook geldt in een ontnemingsprocedure. Nog daargelaten dat de in het middel gewraakte verklaring van [betrokkene 10] niet het enige bewijs-middel is waarop het Hof zijn schatting van wederrechtelijk te verkregen voordeel heeft gebaseerd, kan die opvatting niet als juist worden aanvaard. De ontnemingsprocedure heeft een ander karakter dan de strafprocedure. Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan kan ingevolge art. 338 Sv door de rechter slechts worden aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen. In de ontnemingsprocedure is de rechter voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebonden aan art. 511f Sv waarin is bepaald dat de rechter die schatting slechts kan ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. In verband daarmee gelden in de ontnemingsprocedure andere regels van procesrecht dan in de strafprocedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785, en de alinea staat in dat document op bytes 42953 tot 43977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea271e95735ac99827c87368a6b0558b915b9fc6ed86f7f544dd1487c26c3785 | shasum -a 256