Citaat | Hoge Raad 9 april 2010

Alinea 103 Hoge Raad 9 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549.

4.5.2 Het voorgaande neemt evenwel niet weg dat het grondrecht op gelijke behandeling van vrouwen, zoals neergelegd in onder andere art. 7 Vrouwenverdrag, in een specifiek geval in botsing kan komen met andere, evenzeer zwaarwegende grondrechten zoals de vrijheid van godsdienst en van vereniging, en dat dan moet worden afgewogen aan welke van die grondrechten voorrang moet worden gegeven. Anders dan Clara Wichmann c.s. verdedigen bestaat er geen grond om aan te nemen dat die afweging reeds op voorhand in art. 7 Vrouwenverdrag is verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 34625 tot 35182.