Citaat | Hoge Raad 9 april 2010

Alinea 109 Hoge Raad 9 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549.

Uit het voorgaande volgt dat de inbreuk die de SGP maakt op het door de Grondwet en de genoemde verdragen gewaarborgde grondrecht van vrouwen om op gelijke voet als mannen toegelaten te worden tot het passief kiesrecht, niet wordt gerechtvaardigd doordat haar opvatting ten aanzien van de roeping en de plaats van de vrouw in de maatschappij direct wortelt in haar godsdienstige overtuiging. Weliswaar kan die opvatting haar niet worden ontzegd en is de burgerlijke rechter zelfs niet bevoegd een oordeel te geven over de vraag of die opvatting een meer of minder belangrijke plaats inneemt in het geloof van de leden van de partij, en weliswaar eist een democratische rechtsorde tolerantie ten opzichte van in geloofsovertuiging of levensbeschouwing gewortelde opvattingen. Dat alles staat echter niet eraan in de weg dat de rechter uitspreekt dat de wijze waarop de SGP bij de kandidaatstelling voor de algemeen vertegenwoordigende organen haar opvatting in praktijk brengt, niet kan worden aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 38187 tot 39202.