Citaat | Hoge Raad 9 april 2010
Alinea 68 Hoge Raad 9 april 2010
Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549.
3.2 In hoger beroep heeft het hof, in cassatie onbestreden, vastgesteld dat de SGP een voldoende belang had als bedoeld in art. 217 Rv. om zich aan de zijde van de Staat te voegen. Het heeft bijgevolg de SGP op haar daartoe strekkende vordering als gevoegde partij toegelaten. Daarmee is de SGP partij geworden in de procedure tussen de Staat en Clara Wichmann c.s. Aan de gevoegde partij komt het recht toe zelfstandig en op zelfstandig aangevoerde gronden een rechtsmiddel tegen de uitspraak aan te wenden om te voorkomen dat de uitspraak jegens haar in kracht van gewijsde gaat en beslissingen daarin jegens haar gezag van gewijsde verkrijgen. Dat aldus mogelijk ten opzichte van de gevoegde partij een uitspraak wordt vernietigd die, bij gebreke van het aanwenden van een rechtsmiddel door de partij aan wier zijde zij zich heeft gevoegd, jegens deze laatste wèl in kracht van gewijsde gaat, is niet beslissend, aangezien een dergelijke situatie zich steeds kan voordoen in het geval van deelneming aan het geding door meer partijen aan dezelfde zijde (subjectieve cumulatie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 15901 tot 16996.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcce75dfae3eb4100cc22180c019176c7b3d78325e22c330f4cc6cde86027eb8 | shasum -a 256