Citaat | Hoge Raad 19 februari 2010

Alinea 64 Hoge Raad 19 februari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4739.

3.7 Onderdeel II keert zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de hiervoor onder 3.2.3 weergegeven overweging in rov. 6.20 van het bestreden arrest, waarin het hof over de aard van het in aanmerking komende publiek overwoog dat, nu het om producten gaat die niet bestemd zijn voor de Benelux, in abstracte zin van een gemiddelde consument in de Benelux moet worden uitgegaan. Volgens het onderdeel heeft het hof ten onrechte een abstracte toetsing toegepast, nu immers het verwarringsgevaar globaal moet worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval en de nationale rechter het verwarringsgevaar, waarvan bewijs moet worden geleverd, positief moet vaststellen. Bovendien is het onjuist om uit te gaan van de gemiddelde consument in de Benelux, nu geen enkele consument in de Benelux (of in de Europese Unie) de tekens heeft kunnen waarnemen, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65ddfd5fd45313c194c1946efd35db49157b476aaa87b35bfab665b07aa04c70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65ddfd5fd45313c194c1946efd35db49157b476aaa87b35bfab665b07aa04c70, en de alinea staat in dat document op bytes 21158 tot 22086.