Citaat | Hoge Raad 29 januari 2010
Alinea 30 Hoge Raad 29 januari 2010
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4947.
3.3 Het hof heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd. Het hof heeft allereerst voldoende aannemelijk geoordeeld dat [verzoeker] op de voorgeschreven wijze - dus per aangetekende brief met bericht van ontvangst - is opgeroepen voor de behandeling van het faillissementsverzoek op 23 december 2008, dat bij die oproep ook de brief als bedoeld in art. 3 lid 1 F. was gevoegd, en dat de enveloppe met inhoud op 28 november 2008 op het adres van [verzoeker] is aangeboden maar dat toen niemand op dat adres is aangetroffen. Na te hebben geoordeeld dat voorbijgegaan moet worden aan het verweer van [verzoeker] dat hij het "afhaalbericht" van TNT Post niet in zijn brievenbus heeft aangetroffen, overweegt het hof als volgt (rov. 3.4):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3, en de alinea staat in dat document op bytes 8571 tot 9332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3 | shasum -a 256