Citaat | Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 31 Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4947.

"(...) [Verzoeker] heeft zijn stelling op geen enkele wijze met bewijs gestaafd of anderszins aannemelijk gemaakt, zodat het niet afhalen van voormelde enveloppe met inhoud - met als gevolg daarvan het verstrijken van de in artikel 3 Fw genoemde fatale termijn van veertien dagen - geheel voor zijn risico blijft. De tekst en de strekking van artikel 3 Fw bieden geen ruimte om, zoals door [verzoeker] wordt betoogd, aan te nemen dat het hier niet zou gaan om een fatale termijn."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3, en de alinea staat in dat document op bytes 9340 tot 9833.