Citaat | Hoge Raad 29 januari 2010

Alinea 35 Hoge Raad 29 januari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4947.

Het voorgaande brengt mee dat de in art. 3 lid 1 genoemde termijn van veertien dagen niet als een fatale termijn is te beschouwen. De natuurlijke persoon ten aanzien van wie de faillietverklaring is verzocht, kan een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen zolang de behandeling van het faillissementsverzoek nog niet is gesloten, met dien verstande dat zulks ook mogelijk is indien het faillissementsverzoek, nadat het door de rechtbank is afgewezen, in hoger beroep wordt behandeld. Is echter eenmaal het faillissement uitgesproken, dan kan de schuldenaar - ook indien hij hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis tot faillietverklaring - nog slechts binnen de in art. 15b F. vermelde grenzen om toepassing van de schuldsaneringsregeling verzoeken (vgl. HR 18 februari 2000, nr. R99/174, LJN AA4878, NJ 2000, 296).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb2ee2dfc1f560b72ef01f39b0dc70b20817f143ac3a498ea5c5f84818d436e3, en de alinea staat in dat document op bytes 11417 tot 12274.