Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 25 Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613.
1.3. Op 12 juli 2005 verklaarde [verdachte 2] bij de politie dat hij in de zaak betrokken was geraakt door [medeverdachte 4]. [Medeverdachte 4] had hem in december 2004 of januari 2005 al gevraagd of hij aan vals geld kon komen. Later stelde [medeverdachte 4] die vraag weer. Via [medeverdachte 3] heeft hij [medeverdachte 1] leren kennen, waarna hij een afspraak heeft geregeld tussen [medeverdachte 4] en die [medeverdachte 1]. [Medeverdachte 4] zou 80.000 euro aan valse bankbiljetten kopen voor 35%. [Verdachte 2] had aan [medeverdachte 4] een proefbiljet overhandigd. Na de overhandiging van het proefbiljet, belde [medeverdachte 4] dat hij geleverd wilde hebben. [Verdachte 2] zou voor zijn bemiddeling een percentage van [medeverdachte 4] ontvangen. Het initiatief was van [medeverdachte 4] uitgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e, en de alinea staat in dat document op bytes 8940 tot 9761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e | shasum -a 256