Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 27 Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613.

1.5. [Medeverdachte 1] heeft op 9 april 2005 verklaard dat hij door [medeverdachte 3] was benaderd met de vraag of hij Bulgaren kende die in vals geld handelden. Een kennis van hem had vrienden die in vals geld handelden en via die kennis kreeg hij het telefoonnummer van [medeverdachte 2]. [Medeverdachte 2] vertelde aan [medeverdachte 1] dat hij valse euro's kon leveren voor 35%. [Medeverdachte 1] heeft op verzoek van [verdachte 2] geregeld dat [medeverdachte 2] naar Amsterdam zou komen. Bij het tankstation was [medeverdachte 2] met nog twee andere personen ([verdachte 1] en [verdachte 3]).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e, en de alinea staat in dat document op bytes 10522 tot 11132.