Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 28 Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613.

1.6. Reeds kort na zijn aanhouding op 13 september 2005 heeft [medeverdachte 4] verklaard over zijn rol. Op 13 september 2005 verklaarde [medeverdachte 4] dat hij [verdachte 2] gevraagd had een proefbiljet van 500 euro te leveren. Bij de levering deelde [verdachte 2] mee dat er een partij van 80.000 aan valse biljetten beschikbaar was. [Medeverdachte 4] zou tegen [verdachte 2] gezegd hebben dat hij mogelijk belangstelling had. [Medeverdachte 4] hield een slag om de arm, omdat het doorgaan van de transactie afhing van wat de CIE hiermee wilde. [Medeverdachte 4] had de CIE man verteld dat hij een afspraak kon maken waarbij 80.000 aan valse euro's aan hem geleverd konden worden. [Medeverdachte 4] heeft verder afspraken gemaakt over het tijdstip en moment van levering, waarna hij de CIE meedeelde dat de valse biljetten van straat gehaald konden worden. De CIE ging akkoord. [Medeverdachte 4] zou op 7 april 2005 contact met de CIE hebben gehad. De CIE zou hebben gevraagd of [medeverdachte 4] voor elkaar zou krijgen dat de 80.000 valse euro's geleverd konden worden. De CIE zou dan een plan de campagne maken om in te grijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e, en de alinea staat in dat document op bytes 11140 tot 12288.