Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 55 Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613.

2.7. Al deze factoren riepen naar het oordeel van het Hof reeds op 6 april 2005, na het eerste telefoongesprek tussen [medeverdachte 4] en [betrokkene 1], een op de CIE rustende verzwaarde onderzoeksplicht op naar de aard en de mate van betrokkenheid van [medeverdachte 4] bij de valse eurobiljetten en de achtergronden daarvan. [Betrokkene 1] had onder de gegeven omstandigheden geen genoegen mogen nemen met de summiere informatie van [medeverdachte 4], maar had toen - onder meer door nadere gesprekken met [medeverdachte 4] - een grondig onderzoek behoren te verrichten om uit te sluiten dat deze als koper of tussenpersoon bij de levering van de partij vals geld zou optreden of zich als zodanig zou voordoen en zich al dan niet bewust met schending van het zogenaamde Tallon-criterium aan strafbaar gedrag schuldig zou maken. [Betrokkene 1] heeft dat ten onrechte nagelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e, en de alinea staat in dat document op bytes 23384 tot 24277.