Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 56 Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613.
2.8. Nu de summiere informatie van [medeverdachte 4] objectief bezien niet voldoende duidelijkheid opleverde over diens feitelijke rol in deze zaak, was de CIE weliswaar in beginsel vanwege het doorlatingsverbod gehouden het op handen zijnde transport van de valse bankbiljetten te (doen) onderscheppen, maar had de CIE daarna in verband met onder meer het bepaalde in artikel 126ij van het Wetboek van Strafvordering, zo spoedig mogelijk het Openbaar Ministerie op de hoogte moeten stellen van de toegepaste opsporingsmethode, waarna het Openbaar Ministerie vervolgens de verdachten, hun raadslieden en de voorlopige hechtenis/zittingsrechter had moeten informeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e, en de alinea staat in dat document op bytes 24285 tot 24964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90823cce12c21b7122d33cdb63081b6352b4a3564945758e79d351763bc2383e | shasum -a 256