Citaat | Hoge Raad 16 maart 2010
Alinea 26 Hoge Raad 16 maart 2010
Een alinea uit Hoge Raad 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0618.
2.5. Uit de bewoordingen van art. 359, derde lid, Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. In die bepaling wordt niet onderscheiden naar de grond waarop die vrijspraak is bepleit (vgl. HR 7 november 2006, LJN AY8901, NJ 2007, 108). Het kennelijke oordeel van het Hof dat in het onderhavige geval kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv, is - nu de raadsman heeft bepleit dat het tenlastegelegde niet kan worden bewezen - derhalve onjuist. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08bf92e75c753360fafc8b297a3b8db90c7438922cdc6968d166aa27795cd11b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08bf92e75c753360fafc8b297a3b8db90c7438922cdc6968d166aa27795cd11b, en de alinea staat in dat document op bytes 9512 tot 10181.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08bf92e75c753360fafc8b297a3b8db90c7438922cdc6968d166aa27795cd11b | shasum -a 256